‘Altijd Wat Debat’ over excellentie in het onderwijs

Sander Dekker foto Roel Wijnands via https://www.flickr.com/photos/roel1943/

Sander Dekker foto Roel Wijnands via https://www.flickr.com/photos/roel1943/

Van goed naar excellent onderwijs

Op maandag 22 september woonde ik in De Rode Hoed in Amsterdam het Altijd Wat debat bij. Ditmaal was het onderwerp ‘excellentie.’ De onderstaande beschrijving op de website van de Rode Hoed  sprak me aan:

Van goed naar excellent onderwijs. Dat is een belangrijk doel voor staatssecretaris Dekker tijdens deze kabinetsperiode: ‘Ons onderwijs doet het gemiddeld genomen goed. Op één punt zijn we zelfs wereldkampioen: ervoor zorgen dat onze kwetsbare leerlingen niet door het ijs zakken. Maar onze beste leerlingen presteren onder de maat. Bij de top laten we talent onbenut.’

Hoe belangrijk is het dat de kwaliteit van ons basis- en voortgezet onderwijs beter wordt? En hoe doen we dat? Is het vooral noodzakelijk toptalenten te stimuleren of lopen we daarmee het risico dat minder presterende leerlingen buiten de boot vallen? Vinden leerlingen zelf dat ze genoeg worden uitgedaagd in de klas? Een rol is weggelegd voor docenten. Wordt er genoeg geïnvesteerd in het kennisniveau van leraren? En zijn leraren zelf bereid om een stap meer te gaan zetten in de klas om het onderwijs naar een hoger niveau te tillen?

De avond was interessant, men had een mooie mix van politici en (ervarings-) deskundigen uitgenodigd. Van vakbondsleiders tot docenten, zowel ouders van ‘gewone’ als van  ‘hoogbegaafde’ leerlingen en middelbare scholieren die al dan niet een extra uitdagend programma volgden.

In de discussie vielen mij twee dingen op.

Ten eerste:

De heersende gedachte onder veel aanwezigen was: Waarom zouden we extra aandacht en geld steken in passend onderwijs aan excellente leerlingen? Zij komen er toch wel!

De vergelijking werd getrokken met de gezondheidszorg: Waarom  geld steken in het nóg gezonder maken van heel erg gezonde en fitte mensen, terwijl er nog zoveel zieken zijn?

Mensen die zich erin verdiepen weten dat het niet vanzelfsprekend is dat hoogbegaafde leerlingen er ‘vanzelf’ komen. Hun denkwijze is zo anders dat zij vaak de aansluiting bij leeftijdsgenoten missen. Dit kan problemen geven in hun sociaal emotionele ontwikkeling. Worden zij in het onderwijs cognitief niet voldoende uitgedaagd, dan liggen faalangst, perfectionisme en demotivatie op de loer.

Ten tweede:

Staatssecretaris Dekker is zich bewust van de noodzaak (zowel voor deze leerlingen zelf, als voor de ontwikkeling van onze kenniseconomie) talentvolle leerlingen uit te dagen. Tegelijkertijd wil de staatssecretaris hiervoor geen geld oormerken. Hij geeft aan dat scholen van elkaar kunnen leren en elkaar moeten stimuleren om zich te ontwikkelen op het gebied van excellent onderwijs.

Maar wat als scholen dit niet doen? Niet over voldoende kennis beschikken en daardoor inzicht missen om te zien wat nodig is voor deze leerlingen? Is het dan wellicht toch handig om eisen te stellen aan scholing van leerkrachten en docenten en inzet van middelen… Ben benieuwd wat jij ervan vindt!

Wil je je verdiepen in hoogbegaafdheid dan raad ik je onderstaande boeken van harte aan!

Dit bericht is geplaatst in Hoogbegaafdenonderwijs en getagd , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>